Nieuws

n

Bestuursvergoedingen vanaf 1 juni 2016 onderworpen aan BTW

11|07|2016

Het was lang wachten op de exacte datum van inwerkingtreding, maar vanaf 1 juni 2016 zijn de bestuursvergoedingen ontvangen door bestuurders-rechtspersonen nu definitief onderworpen aan BTW. Voordien hadden de bestuurders-rechtspersonen nog de keuze om hun bestuurdersvergoedingen al dan niet aan BTW te onderwerpen. Aan deze keuze is nu een definitief einde gekomen. De fiscus heeft een administratieve beslissing uitgevaardigd waarin zij het nieuwe administratieve standpunt verduidelijkt en toelicht (Beslissing nr. 127.850 dd. 30.03.2016).

Welke bestuursvergoedingen vallen onder deze nieuwe regelgeving?

Elk bezoldigd bestuursmandaat opgenomen door een rechtspersoon valt onder de toepassing van deze beslissing. Onbezoldigde bestuursmandaten vallen logischerwijze buiten het toepassingsgebied. Het mandaat moet de algemene bevoegdheid van beheer, controle en leiding van de bestuurde vennootschap omvatten, alsook de vertegenwoordiging als orgaan van de vennootschap ten aanzien van derden. Hierbij is het is irrelevant of het om een ‘gewone’ bestuurder gaat of een dagelijkse of gedelegeerde bestuurder. De nieuwe regelgeving viseert alle bestuursvergoedingen: vaste en variabele bestuursvergoedingen, emolumenten en zitpenningen alsook tantièmes.

Wat moet er gebeuren om in lijn te zijn met deze nieuwe regelgeving?

Is de rechtspersoon nog niet geregistreerd als BTW plichtige, dan moet er een BTW nummer geactiveerd worden vóór 1 juni 2016 door een formulier 604A in te dienen bij het bevoegde controlekantoor. Heeft de rechtspersoon reeds een BTW nummer wegens een andere activiteit, dan moet een wijziging in activiteit aan de administratie doorgegeven worden door de indiening van formulier 604B.

Welke rechten en plichten brengt dit mee voor de BTW-plichtige rechtspersoon-bestuurder?

Op de kosten die de rechtspersoon-bestuurder in het kader van haar bestuursactiviteit, kan zij genieten van een recht op aftrek van de BTW. Let wel, dit nieuw standpunt opent volgens de administratie niet het recht op aftrek van BTW op bedrijfsmiddelen die zij in het verleden aankochten, gelet op het feit dat de rechtspersonen-bestuurders destijds geen BTW-plichtige waren.

De BTW-plicht voor rechtspersonen-bestuurders brengt met zich mee dat een aantal BTW-verplichtingen vervuld moeten worden, zijnde (i) het uitreiken van BTW-conforme facturen, het houden van een BTW-boekhouding, indienen van BTW-aangiftes en intracommunautaire lijsten.

Wat kan dit betekenen voor de bestuurde vennootschap?

Deze regelgeving kan nefaste gevolgen hebben voor de bestuurde vennootschap wanneer deze geen of een beperkt recht op aftrek heeft. Inderdaad, in deze gevallen betekent de BTW op bestuursvergoedingen een (gedeeltelijke) niet-recupereerbare kost. Een optie om deze extra-kost te beperken, is het oprichten van een BTW-eenheid. Deze mogelijkheid wordt ook in de administratieve beslissing zelf voorgesteld. De administratie voorziet hierin in een toleratie waarbij de oprichting van een BTW-eenheid in meer gevallen mogelijk wordt gemaakt door een versoepeling van de voorwaarden van verbondenheid. Dergelijke versoepeling is nodig wanneer de exploitatievennootschap door 2 of meerdere bestuurders wordt bestuurd via hun managementvennootschap, waartussen geen financiële noch organisatorische verbondenheid bestaat. De administratie is nu bereid om een BTW-eenheid te erkennen in geval dat (i) de bestuurders-rechtspersonen zowel aandeelhouder als bestuurder zijn van de vennootschap, (ii) zij samen meer dan 50% van de stemrechten bezitten van de vennootschap en (iii) er tussen de bestuurders-rechtspersonen een overeenkomst wordt opgesteld waarin ze zich verbinden alle beslissingen m.b.t. de oriëntatie van de strategie en beleid van de vennootschap met unamiteit te nemen.

ConactaGroup